Organisatievorm
3 grote vakbonden
Representativiteit
Voordelen leden
Werkingstoelagen en uitgaven
Stakerskas


Organisatievorm

Naar hun organisatievorm kunnen enerzijds organisaties onderscheiden worden die zich richten tot bepaalde beroepen of industrieën, anderzijds zijn er algemene vakbonden. Deze typevormen zijn thans gedeeltelijk terug te vinden in de structuur van de belangrijkste Belgische vakverenigingen.

De 3 overkoepelende vakbonden hebben een nationaal secretariaat. Organisatorisch steunen ze op twee pijlers: de beroepscentrales of vakcentrales en de gewestelijke afdelingen of gewestelijke verbonden. Deze gewestelijke verbonden coördineren de plaatselijke dienstencentra en secretariaten.


3 grote vakbonden

In België zijn er drie grote, interprofessionele vakbonden:
1) de socialistische: ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond)
2) de liberale: ACLVB (Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België)
3) de christelijke: ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond)

Het ACV schaart het grootste deel van de vakbondsleden achter zich, gevolgd door het ABVV. Het ACLVB krijgt de kleinste hap uit de taart. Elke vakbond werkt met plaatselijke kantoren in dorpen en steden.


Representativiteit

Om het sociaal overleg mogelijk te maken, wenst de overheid alleen maar te onderhandelen met vakorganisaties die een belangrijke invloed hebben in het socio-economische leven. Dit zijn de zogenaamde representatieve vakorganisaties. Om representatief te zijn, moeten ze aan een aantal voorwaarden voldoen.
Interprofessionele organisaties moeten
  • over het gehele land zijn opgericht
  • vertegenwoordigd zijn in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB)
  • vertegenwoordigd zijn in de Nationale Arbeidsraad (NAR)
  • minstens 50 000 leden tellen
In de CRB wordt sinds midden jaren '80 overleg gepleegd over het concurrentievermogen. Vanaf 1996 dienen de CRB en de NAR met het oog op het vastleggen van de loonmarge jaarlijks een verslag in over de werkgelegenheid en de loonontwikkeling. In de schoot van de NAR kunnen nationale en interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomsten worden gesloten.


Voordelen leden

Vakbonden verdedigen de belangen van de werknemers tegenover werkgevers en houden zich bezig met alles wat met werk te maken heeft. Lid zijn van een vakbond heeft een aantal voordelen: je krijgt advies over de werkloosheidsreglementering, de arbeidscontracten, gratis juridische bijstand bij een gerechtelijke procedure rond werk, uitkering van eindejaarspremies, werkloosheidsuitkeringen,...

Werkingstoelagen en uitgaven

De vakbonden ontvangen, naast de maandelijkse lidgelden van hun leden, jaarlijks een bedrag van de federale overheid voor de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen. Dat bedrag is afhankelijk van het aantal dossiers dat ze behandelen.

Om u een idee te geven:
In 2003 kregen ABVV, ACV, ACLVB en de Hulpkassen samen ongeveer 150 miljoen euro om hun administratieve kosten te dekken voor de uitbetaling van de uitkeringen.

Een zeer groot bedrag van hun inkomsten besteden de bonden aan personeelskosten en syndicale werking, opleiding van afgevaardigden en activiteiten zoals congressen en betogingen.
De wedden van de vakbondsvoorzitters liggen netto op ongeveer dezelfde hoogte en zijn vergelijkbaar met het maandinkomen van een parlementslid. Daarnaast beschikken ze over een bedrijfsvoertuig met chauffeur.

Heel wat topfiguren van de vakbonden bekleden mandaten waaraan presentiegeld is verbonden. Dat gaat van regent bij de Nationale Bank (24.800 euro per jaar) over het lidmaatschap van de beheerscomités van de VDAB of de RVA, tot het zetelen als sociaal rechter in de arbeidsrechtbanken.


Stakerskas

Elke bond beschikt over een stakers-of oorlogskas, gevoed met bijdragen van de leden. Die reserves kunnen worden aangesproken bij zware stakingen of lock-outs om de stakers daggeld uit te betalen. Indien er een algemene staking zou uitbreken, dan kost dat de bonden gigantische bedragen aan uitkeringen.

 



Terug naar boven

Contact

Disclaimer