|
Onderstaand schema geeft de totale loonkost (Netto + A + Bruto + B) weer.
Van Dale omschrijft loonkost als "het aandeel van de lonen in de productiekosten". De loonkost geeft dus weer wat een werkgever in totaal betaalt voor zijn werknemer. Het brutoloon kan beschouwd worden als een 'vast' gegeven: Bovenstaand schema is een grafische weerspiegeling van het gewenste resultaat. Hierbij is de beweging van belang en niet de grootte van de elementen.
Heeft u een idee van het bedrag dat u moet afstaan voor sociale bijdragen en belastingen?
Kent u het juiste verschil tussen uw netto-en brutoloon? Dat kan u berekenen met volgende bruto-netto calculator. De loonkost van de werknemer wordt voornamelijk bepaald door de hoogte van het brutoloon en de patronale socialezekerheidsbijdrage. Daarnaast moet men bij het berekenen van de jaarlijkse loonkost rekening houden met het vakantiegeld, de dertiende maand en de extralegale voordelen (bedrijfswagen, groepsverzekering, maaltijdcheques, sociaal abonnement,...) Naast deze directe kosten maken ook de kosten verbonden aan de verplichte arbeidsongevallenverzekering, de aansluiting bij een arbeidsgeneeskundige dienst en de beheerskost bij aansluiting bij een sociaal secretariaat deel uit van de loonkost. Het totale bedrag is afhankelijk van de sector van tewerkstelling en het statuut (arbeider of bediende). Voor meer uitleg over de bedrijfsvoorheffing ga naar Bedrijfsvoorheffing. Voor een gedetailleerd overzicht van de RSZ-bijdragen ga naar Socialezekerheidsbijdragen. |
|
|